Examentips december
- Maak goed het onderscheid tussen het oude en het nieuwe denkmodel over de bewegingen lithosfeerplaten.
- Indeling van de aarde is zeer belangrijk, in het bijzonder de buitenste lagen. Die zullen ook belangrijk zijn in het tweede semester.
- Gevolgen van platentektoniek: gebruik de figuren bij het studeren! Als je die goed kent, kan je veel makkelijker de gevolgen van plaatbewegingen onthouden.
- Vergeet niet dat je de atlas kan gebruiken voor veel vragen. Als je moet weten of er aardbevingen en vulkanen voorkomen bij bv. subductiezones, oceanische ruggen, transforme plaatranden... kan je dat zeker vinden!
- Let op voor de term 'reliëf'. De meesten leggen dan onmiddellijk de link met hoogtes (gebergten...). Maar ook een dieper gelegen deel, zoals een diepzeetrog, wordt een reliëfvorm genoemd!
- CONTINENTAAL PLAT ≠ CONTINENTALE PLAAT
- Schema gesteentecyclus is zeer belangrijk.
- Let op het verschil tussen volgende termen:
verwering = verbrokkelen van een vast gesteente (onder invloed van externe omstandigheden), tot een los gesteente.
erosie = in beweging zetten van de korrels van een los gesteente, door de werking van water, wind of ijs.
transport = vervoeren van de korrels van een los gesteente.
sedimentatie = afzetten van de korrels van een los gesteente.
- Veelgemaakte fout bij diagenese: het is niet water dat dient als cementmateriaal om de losse korrels aan elkaar te plakken. Het doorsijpelende water voert fijn materiaal aan (zoals kalk), dat als plakkerig cementmateriaal dient.
- Isostatische bewegingen hebben verschillende oorzaken. Je moet dit kunnen toepassen op een voorbeeld!
- afname van massa zorgt voor opwaartse beweging van de lithosfeer (bv. plaats waar tijdens de ijstijden een grote ijsmassa aanwezig was. Of een gebergte waar verwering en erosie plaatsvindt)
- toename van massa zorgt voor neerwaartse beweging van de lithosfeer (bv. vorming van een grote ijskap. Of een plaats waar veel sedimentatie plaatsvindt, bijvoorbeeld in de randzeeën van continenten)